Wet moderniseert gedwongen opname drastisch

Op 13 maart werd het wetsontwerp ‘wijziging van de wet van 26 juni 1990 over de bescherming  van de persoon van de geesteszieke’, aangenomen in de Kamer. In meerdere opzichten betekent dat een revolutie in de psychiatrie. Een betere financiering voor de psychiaters van het omstandig geneeskundig verslag wordt in het vooruitzicht gesteld.

De vigerende, stigmatiserende wet schreeuwde om modernisering; een gedwongen opname voor zowel de persoon als diens omgeving is vaak zeer ingrijpend. Men wou de geesteszieken beter te beschermen door het aantal te horen personen uit te breiden om voor de vrederechter een vollediger beeld te scheppen van de situatie. Een werkgroep op initiatief van de toenmalige minister van Justitie Koen Geens en minister van Volksgezondheid Maggie De Block leverde een eindrapport af in november 2022. Daaruit sproot deze wet voort, die zo weinig mogelijk dwang wil gebruiken en maximaal inzet op vrijwillige alternatieven.

Behandelingsplan

Een nieuwe maatregel houdt het midden tussen de beschermende, meer dwingende observatiemaatregel -de vroegere gedwongen opname-, en de volledig vrijwillige behandeling. De betrokkene moet een behandelingsplan indienen, opgesteld in overleg met een arts. De vrederechter evalueert het en hij kan ook gepaste voorwaarden verbinden aan die vrijwillige behandeling.

Een arts wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de vrijwillige behandeling onder voorwaarden. Wordt daaraan niet meer voldaan, dan moet die arts de procureur des Konings onmiddellijk op de hoogte brengen om eventueel verregaandere maatregelen te nemen.

Om misbruik van de ‘vrijwillige behandeling’ c.q. dwangopneming te voorkomen, acht de werkgroep het wenselijk om bij een spoedprocedure een klinische evaluatieperiode van 48 uur in te lassen (een verdubbeling van de duur van de huidige periode).

Andere terminologie

Om het stigma weg te werken, spreekt de wet niet langer van ‘geesteszieken’, maar van ‘personen met een psychiatrische aandoening’. ‘Gedwongen opname’ wordt ‘een beschermende observatiemaatregel’. Het ‘verder verblijf’ wordt een ‘verlenging van de observatiemaatregelen’ en de ‘nazorg’ heet voortaan ‘vrijwillige behandeling onder voorwaarden’.

Het omstandig geneeskundig verslag kent qua kwaliteit vandaag heel wat problemen. Nochtans is dat hét document bij uitstek waarop de vrederechter zijn beslissing baseert. Daarom komt er een standaardmodel.

Nog een vernieuwing: een beschermende observatiemaatregel hoeft zich niet langer uitsluitend in een psychiatrische dienst af te spelen; voortaan gaat dat ook in residentiële instellingen. Voordeel: de betrokkene kan in de vertrouwde omgeving verblijven en worden behandeld, wat de druk op de psychiatrische ziekenhuisdiensten verlicht.

De rechten van de persoon met een psychiatrische aandoening worden ook versterkt: de betrokkene zal vanaf het begin van de procedure recht op toegang tot een advocaat hebben.

Experts

Aan de voorbereiding van deze wet werkten bekende experts mee onder leiding van Raf De Rycke, zoals Tom Balthazar (Zorgnet-Icuro), Nicole Demeter (Santhea), dr. Hella Demunter, dr. Chris Bervoets en Prof. dr. Joris Vandenberghe (UPC KU Leuven), dr. Kirsten Catthoor (Vlaamse Vereniging Psychiatrie) en François Dupont (Unessa).

Het komt er nu op aan om een en ander te concretiseren. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke meldde bij de bespreking dat de FOD Volksgezondheid een programma crisiszorg uitbouwt via de netwerken voor volwassenen. Het programma crisiszorg is opgebouwd rond de mobiele crisisteams, de spoedgevallendiensten en de hoogintensieve zorgdiensten (High Intensive Care). Er waren belangrijke investeringen g en er staan er nog gepland in het programma crisiszorg.

Reacties

Christoph D’Haese (N-VA) is tevreden dat de commissie inging op het voorstel van zijn fractie om een hoorzitting te organiseren waarbij vertegenwoordigers van verschillende disciplines (vrederechters, advocaten, psychiaters) een reeks heikele punten hebben aangekaart, maar vraagtekens die voor hem nog blijven, zijn:

  • een groot tekort aan mensen en middelen. De capaciteit in de psychiatrische ziekenhuizen en de andere instellingen is veel te laag. Zeker voor minderjarigen is de toestand echt schrijnend. 
  • de invoering van een klinische observatieperiode van maximaal 48 uur is weliswaar een goede zaak, maar de vraag rijst of die gelet op de huidige beperkte capaciteit wel uitvoerbaar is. 
  • er zijn te weinig psychiaters die in de context van deze wet met Justitie kunnen en willen samenwerken. De lage vergoedingen die Justitie hen – vaak te laat – betaalt, spelen daarbij een grote rol.
  • Een belangrijk hiaat in dit wetsontwerp is een wettelijk kader inzake dwang. Alles is vrij duidelijk bepaald tot het moment van de opname, daarna vallen we in een juridisch vacuüm.

Marijke Dillen (VB): “Het is een goede zaak dat de minister en de meerderheidspartijen gevolg hebben gegeven aan de tijdens de hoorzitting opgeworpen kritiek.”

In zijn antwoord wees Frank Vandenbroucke op een bijkomend budget van 6 miljoen euro voor 2024 voor het crisisaanbod voor jeugdzorg. In het Vlaams Gewest werd besloten om intersectoraal te werken aan de hand van drie krachtlijnen. 

  • Preventief, door betaalbare psychologische zorg aan te bieden in de OverKop-huizen. 
  • Ten tweede ontstaat er een samenwerking tussen de mobiele jeugdzorgteams en de geestelijke gezondheidszorg. 
  • Ten derde komen er 15 tot 30 vrije residentiële bedden voor crisissituaties. 

In het Brussels Gewest en Wallonië is een soortgelijke oefening aan de gang. 

“Wat het crisisaanbod voor volwassenen betreft, is een budget van 23,9 miljoen euro uitgetrokken. De samenwerking tussen de politie, de behandelend artsen, de mobiele crisisteams en de spoeddiensten in de ziekenhuizen wordt versterkt. Er wordt eveneens bijzondere aandacht besteed aan de ontwikkeling van crisisdiensten door de deelstaten in het raam van hun bevoegdheidsdomeinen. Iemand met een verstandelijke beperking die gedragsproblemen heeft, mag bijvoorbeeld niet in een psychiatrische eenheid worden geplaatst die niet is aangepast is aan zijn behoeften.”

Nomenclatuurhervorming

Ook had de minister oren naar de opmerking van Christoph D’Haese over het te geringe psychiatrisch aanbod. “Dat knelpunt is bekend en er wordt aan gewerkt, door met name een betere verloning en een beter raamwerk. In de context van de hervorming van de nomenclatuur kunnen de vertegenwoordigers van de psychiaters opmerkingen kenbaar maken over de financiering van het omstandig geneeskundig verslag. De werkgroep die zich over dit vraagstuk buigt, zal daar rekening mee houden.”

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.